Het Chronisch Vermoeidheidssyndroom
Fibromyalgie
Criteria voor het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CDC Criteria van Fukuda , 1994 )
Onverklaarbare , persisterende vermoeidheid,niet het resultaat van een uitputtende inspanning, verbetert niet met rust, en resulteert in een substantiële vermindering van de beroeps, sociale en persoonlijke activiteiten
Minstens 4 vd volgende symptomen die minstens ged 6 opeenvolgende maanden aanwezig zijn en zich niet manifesteerden voor het begin (« onset ») van de ziekte :
1.Geheugen- en concentratiestoornissen
2.Keelpijn
3.Gevoelige en gezwollen axillaire en cervikale klieren
4.Spierpijnen
5.Articulaire pijnen zonder zwelling en roodheid van de gewrichten 6.Hoofdpijn
7.Niet-recupererende slaap
8.Slaapstoornissen ( in- en/of doorslaapstoornissen)
9.Algemene malaise na een inspanning die langer dan 24 uur duurt
Effectieve Behandeling Van Het Chronisch Vermoeidheidssyndroom
De aanpak van CFS vereist een multifactoriële aanpak. Het is belangrijk van het lichaam in zijn geheel te behandelen en de stofwisseling optimaal te laten functioneren. De volgende punten worden onderzocht en behandeld waar nodig. Een goede anamnese ( ondervraging ) en een uitgebreid bloedonderzoek plus een 24-uur urine onderzoek zijn hierbij van fundamenteel belang.
1. De slaap
Een ononderbroken nachtrust van 7-8 uur zijn strikt noodzakelijk om het lichaam te laten recupereren en de batterijen op te laden ( bijnieren ! ). De meeste CFS patiënten hebben hier problemen mee en dit moet dan ook behandeld worden. Op de eerste plaats worden er natuurlijke plantaardige middelen ( Valeriaan, Melissa off., ..) en Tryptofaan (een aminozuur ) voorgeschreven , als dit niet voldoende is moeten er geneesmiddelen genomen worden ( Trazolan, Stilnoct, Rivotril ) die zorgen voor een diepe ononderbroken slaap en die op termijn het natuurlijke slaappatroon niet verstoren en verslavend werken .
2. De bloeddruk
Een minimale bloeddruk van 10/7 is noodzakelijk. Meer drinken en extra zout kunnen helpen, alsook zoethoutthee ( of zoethoutwortelextrakt in capsulen ) . Soms wordt een lage dosis fludrocortison gebruikt , deze heeft niet de nevenwerking van de synthetische cortisone , maar heeft een aldosterone effect wat aldus de bloeddruk doet verhogen.
3. De hormonale balans
70-80 % van de CFS patiënten hebben een te lage productie ( of laag normaal, dit is niet optimaal om een genezing te bekomen ) van allerlei hormonen zoals : schildklierhormoon, DHEA, cortisol, aldosteron, testosteron, oestrogenen, progesteron. Dit wordt onderzocht in de urine en in het bloed. Lage fysiologische ( zoveel als nodig om het lichaam normaal te laten funktioneren ) dosissen worden voorgeschreven gedurende 6 m tot 1 jaar ( of langer ) tot de organen en klieren zelf terug voldoende van deze hormonen produceren. Bij deze lage fysiologische dosissen heeft men geen nevenwerkingen en brengt men het lichaam in een optimale konditie om zo de immuniteit optimaal te stimuleren.
Een te lage concentratie van het bijnierhormoon cortisol geeft volgende klachten: hypoglycemie, geen stresstolerantie, extreme uitputting na een lichte inspanning, verminderde weerstand met lang aanslepende infekties, lage bloeddruk, lange tijd nodig om s’morgens wakker te worden, duizeligheid, sterk schommelende gemoedstoestand.
Een te traag werkende schildklier geeft volgende klachten:
Vermoeidheid, het steeds koud hebben, koude extremiteiten, droge huid, haaruitval, recidiverende infecties ( vnl blaasontsteking en recidiverende vaginale candida (schimmel) infecties ) soms gewichtproblemen ( gewichtstijging alleen bij een groot tekort aan schildklierhormoon ), spierpijnen, obstipatie.
4. De spijsvertering
De spijsvertering is van fundamenteel belang voor een goede gezondheid.
Enerzijds moet de maag voldoende spijverteringssappen ( maagzuur ) produceren voor een goede vertering en anderzijds moeten de darmen het voedsel goed absorberen.
Hier is een goede darmflora van groot belang en moet men die voedingsmiddelen die de darmen prikkelen elimineren voor een bepaalde tijd. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat CFS patiënten in +/- 50 % van de gevallen intolerant zijn voor volgende voedingsmiddelen: tarwe, melkproducten, suiker, alcohol, koffie. Het is verstandig van deze producten gedurende 2 maanden
( langer heeft geen zin ) te elimineren en men voelt , indien deze voedingsmiddelen inderdaad een probleem zijn , vrij snel een betere vertering : minder gasvorming , minder krampen en een genormaliseerd stoelgangpatroon.
Dikwijls wordt tarwe als negatief ervaren en veroorzaakt dit spierpijnen . Na 6m tot 1 jaar mag men proberen het voedingsmiddel waarvoor men intolerant is terug te introduceren in het voedingspakket.
Ook het “leaky gut “ syndroom kan oorzaak zijn van voedingsintoleranties , slechte opname van allerlei voedingsstoffen en leverbelasting. Ook dit moet onderzocht worden.

